Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de betekeningsstukken.
2.De beoordeling
3.De beslissing
29 maart 2017voor het nemen van een akte door eiser over hetgeen is vermeld onder 2.7. dan wel onder 2.9.,
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft een dagvaarding betekend aan gedaagde, een buitenlandse vennootschap gevestigd in Turkije, via het parket van de rechtbank Overijssel conform het Haags Betekeningsverdrag 1965. Hoewel de dagvaarding ook per aangetekende post naar gedaagde is gestuurd, is dit volgens het verdrag niet geldig omdat Turkije zich tegen directe postbetekening verzet.
De rechtbank constateert dat de Turkse centrale autoriteit de dagvaarding niet aan gedaagde heeft uitgereikt, waardoor niet is voldaan aan de vereisten van het verdrag. Gedaagde is niet verschenen, maar verstek kan nog niet worden verleend omdat niet is bewezen dat de betekening rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.
De rechtbank wijst op artikel 15 van Pro het verdrag dat bepaalt dat de zaak moet worden aangehouden totdat is aangetoond dat de betekening volgens de wetgeving van Turkije is geschied of dat aan andere voorwaarden is voldaan. Eiser krijgt de gelegenheid om bewijs te leveren dat aan deze voorwaarden is voldaan, anders blijft de zaak aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan om eiser de gelegenheid te geven bewijs te leveren van rechtsgeldige betekening in Turkije.