ECLI:NL:RBOVE:2017:1214

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 maart 2017
Publicatiedatum
20 maart 2017
Zaaknummer
C/08/198393 / KG ZA 17-50
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 475 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot opheffing derdenbeslag wegens doel treffen beslag

Eiser vordert de opheffing van een derdenbeslag dat gedaagde op 20 december 2016 onder Plus Isolatie B.V. heeft laten leggen wegens een betalingsvordering. De voorzieningenrechter stelt vast dat het beslag doel heeft getroffen voor de bestaande vorderingen die eiser op Plus Isolatie had en dat het beslag daarmee is uitgewonnen.

De rechter overweegt dat toekomstige vorderingen alleen kunnen worden beslagen indien deze voortvloeien uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding. Gezien de aard van de overeenkomst tussen eiser en Plus Isolatie, waarbij voor elke opdracht een nieuwe overeenkomst ontstaat, kunnen toekomstige vorderingen niet onder het beslag vallen.

Daarmee bestaat het beslag niet langer nadat Plus Isolatie aan de deurwaarder heeft uitgekeerd. Omdat het beslag niet meer bestaat, is er geen belang meer bij opheffing of schorsing van het beslag. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vorderingen tot opheffing en schorsing van het derdenbeslag worden afgewezen omdat het beslag doel heeft getroffen en niet meer bestaat.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/198393 / KG ZA 17-50
Vonnis in kort geding van 9 maart 2017
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. R.N. Sahebdien te Enschede,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
'T ACHTERHOF BEHEER B.V.,
gevestigd te Enschede,
gedaagde,
advocaat mr. J. Klomp te Enschede.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties,
  • de overgelegde producties van gedaagde,
  • de mondelinge behandeling d.d. 3 maart 2017,
  • de pleitnota van gedaagde.
1.2.
Ten slotte is - bij vervroeging - vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Bij vonnis van 8 maart 2012 van rechtbank Almelo, locatie Enschede, is eiser
- kort gezegd - onder meer veroordeeld tot betaling van € 3.375,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
2.2.
Sinds 1 juli 2017 drijft eiser de eenmanszaak IsoLed NRG.
2.3.
Wegens het uitblijven van betaling heeft gedaagde op 20 december 2016 ten laste van eiser derdenbeslag onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Plus Isolatie B.V. (hierna: Plus Isolatie) laten leggen.

3.Het geschil

3.1.
Eiser vordert samengevat weergegeven - :
I. Primair: de opheffing van het derdenbeslag door gedaagde.
Subsidiair: de schorsing van de executie.
II. Gedaagde te veroordelen tot het doen van een mededeling van de opheffing van het derdenbeslag, zulks op straffe van een dwangsom.
III. Gedaagde te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Gedaagde voert gemotiveerd verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de voorhanden zijnde stukken en gelet op het verhandelde ter zitting stelt de voorzieningenrechter vast dat het beslag onder Plus Isolatie doel heeft getroffen voor de bestaande vorderingen die eiser, na verrekening, heeft op Plus Isolatie en dat het beslag in zoverre is uitgewonnen.
4.2.
Ingevolge artikel 475 van Pro het Wetboek Burgerlijke Rechtsverhouding (Rv) kunnen ook toekomstige (periodieke) inkomsten van de geëxecuteerde worden beslagen, mits er aan een aantal voorwaarden is voldaan. Eén van de voorwaarden is dat de verschuldigdheid van de toekomstige vorderingen dient voort te vloeien uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding.
4.3.
Gedaagde heeft weliswaar ter zitting gesteld dat aan deze voorwaarde is voldaan, omdat eiser een ZZP-er is, doch zij heeft dit op geen enkele wijze geconcretiseerd dan wel onderbouwd. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij zich bezighoudt met de verkoop van isolatie, dat hij, als hij een opdracht heeft binnengehaald, contact opneemt met Plus Isolatie, dat werknemers van Plus Isolatie daarna de (isolatie)werkzaamheden uitvoeren en dat eiser vervolgens een factuur stuurt naar Plus Isolatie. Gelet op deze door eiser ter zitting gegeven (nadere) toelichting moet het er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands voor worden gehouden dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht en dat voor het ontstaan van elke vordering in beginsel steeds een nieuwe opdracht is vereist. Dit betekent dat eventuele toekomstige vorderingen niet rechtstreeks voortvloeien uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding en dat die eventuele toekomstige vorderingen van eiser op Plus Isolatie niet door het op 20 december 2016 gelegde derdenbeslag worden getroffen. Aan het voorgaande doet niet af dat er tussen eiser en Plus Isolatie sprake is van een relatie in het kader waarvan regelmatig opdrachten worden verstrekt en uitgevoerd.
4.4.
Met inachtneming van het vorenoverwogene komt de voorzieningenrechter dan ook tot de conclusie dat het derdenbeslag onder Plus Isolatie (volledig) doel heeft getroffen en, nadat Plus Isolatie aan de deurwaarder heeft uitgekeerd niet langer meer bestaat. Een beslag dat niet meer bestaat kan niet worden opgeheven.
4.5.
Nu het derdenbeslag niet meer bestaat, heeft eiser thans geen (spoedeisend) belang (meer) bij de subsidiair gevorderde schorsing van de executie en de gevorderde veroordeling tot het doen van een mededeling van de opheffing van het beslag.
4.6.
Vorenstaande betekent dat de vorderingen van eiser zullen worden afgewezen.
4.7.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten voor zijn dan wel haar rekening neemt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
Wijst de vorderingen af.
5.2.
Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten voor zijn dan wel haar rekening neemt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op
9 maart 2017. [1]

Voetnoten

1.type: