Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het verzoekschrift van 30 december 2016, ingekomen op 2 januari 2017
- het verweerschrift van 1 februari 2017,
- de mondelinge behandeling en de daarbij gehanteerde pleitnota’s
Rechtbank Overijssel
De statutair bestuurder [A] was sinds 1 maart 2000 in dienst bij Vinus Vita B.V. en werd op 22 juli 2016 met onmiddellijke ingang ontslagen door een algemene aandeelhoudersvergadering (AVA). [A] betwistte de geldigheid van het ontslag en vorderde onder meer doorbetaling van salaris, een billijke vergoeding en een transitievergoeding. Hij stelde dat de AVA niet rechtsgeldig was bijeengeroepen en dat het ontslag in strijd was met het ontslagverbod wegens ziekte.
Vinus Vita voerde verweer dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven, dat de vervaltermijnen voor het indienen van de vorderingen waren verstreken en dat [A] geen recht had op de door hem gevorderde vergoedingen. De rechtbank oordeelde dat de AVA van 22 juli 2016 rechtsgeldig was bijeengeroepen, ook al was de echtgenote van [A] niet separaat uitgenodigd, aangezien zij via het e-mailadres van haar echtgenoot was geïnformeerd. Tevens was [A] op 22 juli 2016 niet arbeidsongeschikt volgens medische rapporten.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomst per 22 juli 2016 rechtsgeldig was geëindigd en dat de vervaltermijnen van artikel 7:686a BW voor het indienen van loonvorderingen en vergoedingen waren verstreken toen het verzoekschrift op 2 januari 2017 werd ingediend. Daarom werden de primaire en subsidiaire vorderingen van [A] afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. [A] werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan Vinus Vita.
Uitkomst: Verzoek tot loonbetaling, billijke vergoeding en transitievergoeding afgewezen wegens overschrijding vervaltermijnen.