Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
overrulendoor zijn vader.
overrulendoor zijn vader kan verdachte evenmin disculperen ten aanzien van het bij hem aanwezige voorwaardelijke opzet, aangezien dit niet afdoet aan zijn eigen verantwoordelijkheid in dezen waarin verdachte het stellen van vragen – en dit is het onderscheid ten aanzien van een onderzoeksplicht in het licht van een culpoos verwijt – in een situatie die schreeuwde om verheldering
bewustachterwege heeft gelaten teneinde de status quo te kunnen continueren.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- Een auto merk Volvo V40;
- Het banktegoed van € 9.349,94 op de bankrekening [rekeningnummer 1];
- Het banktegoed van € 12.349,40 op de bankrekening [rekeningnummer 2]
- Een woning gelegen aan de [adres] te Groningen.
8.De schade van benadeelden
- Hoffmann Bedrijfsrecherche € 156.387,65;
- Deloitte € 30.870,13;
- Plas & Bossinade € 2.786,45;
- PWC € 19.261,87;
- Geleden schade € 1.141.661,--.
- het brutosalaris van € 336.641,-- dat verdachte zelf heeft ontvangen;
- het brutosalaris van € 144.447,-- dat zijn ex-partner [verdachte 3] heeft ontvangen;
- een geldbedrag van € 10.000,-- dat verdachte heeft ontvangen.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het sub 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken, meermalen gepleegd;
trafbaarheid verdachte
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
- de rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
- stelt als
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij: de RuG, voor een deel van € 1.180.967,10 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;