Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 mei 2017,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [X]
- de pleitnota van [Y]
- de eis in reconventie.
Rechtbank Overijssel
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van een bedrag van €1.705,50 dat volgens hem ten onrechte is ingehouden door gedaagde, een gerechtsdeurwaardersvennootschap, na een derdenbeslag onder Plus Isolatie B.V. Gedaagde voert aan dat eiser de onjuiste partij heeft gedagvaard en dat het bedrag terecht is ingehouden op de kwaliteitsrekening van de gerechtsdeurwaarder.
Eiser baseert zijn vordering op een nieuwe opdracht na het leggen van het beslag, terwijl gedaagde stelt dat de ambtelijke taak van de gerechtsdeurwaarder losstaat van de vennootschap. Tevens is er een geschil over het bestaan van een doorlopende rechtsverhouding tussen eiser en Plus Isolatie B.V., waarbij gedaagde een samenwerkingsovereenkomst overlegt die eiser bewust niet heeft overgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het beslag betrekking heeft op vorderingen die voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding ten tijde van het beslag en dat het bedrag van €1.705,50 niet onder het beslag valt. Daarnaast is gedaagde niet de juiste partij voor de vordering, waardoor de vordering van eiser wordt afgewezen.
In reconventie vordert gedaagde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en een contactverbod tegen eiser, welke vorderingen eveneens worden afgewezen. De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Alle vorderingen in conventie en reconventie worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.