Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
19 juli 2017voor conclusie van antwoord aan de zijde van Incuro c.s.,
Rechtbank Overijssel
De besloten vennootschap Brandex Nederland B.V. vordert de voeging van haar hoofdzaak met een andere aanhangige zaak bij dezelfde rechtbank, beide handelend over geschillen met betrekking tot voormalig statutair bestuurder en aandeelhouder [gedaagde 2].
Brandex stelt dat de zaken voldoende verknocht zijn omdat beide betrekking hebben op de ontwikkeling en exploitatie van een digitale applicatie en de samenwerking tussen partijen. De andere zaak betreft onder meer vorderingen tot betaling van managementvergoedingen en contractuele boetes wegens schending van geheimhoudings- en concurrentiebedingen.
De rechtbank oordeelt dat hoewel er een feitelijk verband bestaat, de mate van verknochtheid onvoldoende is om voeging te rechtvaardigen. De hoofdzaak richt zich op vermeende onrechtmatige inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, terwijl de andere zaak hoofdzakelijk gaat over financiële en contractuele geschillen. Bovendien verkeert de andere zaak in een vergevorderd stadium, terwijl de hoofdzaak nog aan het begin staat, waardoor voeging de goede procesorde zou schenden. De vordering tot voeging wordt afgewezen en Brandex wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot voeging van de twee zaken wordt afgewezen wegens beperkte verknochtheid en strijd met de goede procesorde.