Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
€ 17.760,16. Het merendeel van de schulden is ontstaan omstreeks 2012.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster, een alleenstaande vrouw met een minderjarig kind, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ongeveer €17.760. Zij heeft een verleden van psychische problemen en is sinds 2010 niet meer werkzaam. Hoewel zij stappen heeft gezet richting hulpverlening, waaronder een afspraak bij een psycholoog en het inschakelen van maatschappelijk werk, is haar situatie nog niet stabiel genoeg.
De rechtbank overweegt dat de schuldsaneringsregeling stevige verplichtingen kent, zoals het informeren van de bewindvoerder en het maximaliseren van baten voor schuldeisers. Gezien de huidige psychische gesteldheid acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster deze verplichtingen kan nakomen. Toelating zou kunnen leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling en een verslechtering van haar financiële situatie.
Daarom wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder c van de Faillissementswet. Verzoekster kan een nieuw verzoek indienen zodra zij haar psychische problemen onder controle heeft en aan de verplichtingen kan voldoen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat verzoekster aan de verplichtingen kan voldoen.