Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Na de echtscheiding tussen partijen is bepaald dat de vrouw huurder wordt van de voormalige echtelijke woning. De ex-partner, die de woning nog bewoont, weigert te vertrekken ondanks de rechterlijke beschikking. De eiseres woont niet meer in de woning en zwerft van logeeradres naar logeeradres, terwijl zij de volledige lasten van de woning draagt.
De voorzieningenrechter acht de vordering spoedeisend vanwege de lange wachttijd van de eiseres om de woning te betrekken. De gedaagde kampt met psychische problematiek en heeft een aanbod voor begeleid wonen afgewezen, waardoor geen vrijwillig vertrek te verwachten is. De rechter weegt het dringende belang van de eiseres en oordeelt dat het onaanvaardbaar is dat de gedaagde geen gevolg geeft aan het echtscheidingsconvenant.
De rechter veroordeelt de gedaagde tot ontruiming binnen tien dagen, met herstel van sloten en sleuteloverdracht, en machtigt de eiseres om de tenuitvoerlegging met politiehulp te effectueren. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld om binnen tien dagen de woning te ontruimen en ontruimd te houden.