Eiser ontving onder de AWBZ en Jeugdwet een pgb voor begeleiding en kortdurend verblijf. Met het bereiken van de 18-jarige leeftijd werd een aanvraag ingediend onder de Wmo 2015. Verweerder stelde een pgb vast met lagere uren en tarieven dan eerder, waarop eiser bezwaar maakte. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar de benodigde zorguren niet zorgvuldig is uitgevoerd, omdat de eerdere berekening terzijde werd geschoven zonder nieuwe adequate onderbouwing.
Daarnaast werden de hulpverleners van eiser onterecht als niet-professionals aangemerkt, terwijl zij relevante diploma’s en ervaring hebben. Dit leidde tot een te laag pgb-tarief, wat niet passend is. De rechtbank stelt dat verweerder een nieuw, zorgvuldig onderzoek moet verrichten en een nieuw besluit moet nemen met passende tarieven en uren.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.