ECLI:NL:RBOVE:2017:2889
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in faillissementsprocedure
In deze zaak heeft de besloten vennootschap [verzoekster] een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. M.C. Bosch, rechter in een faillissementszaak. Het verzoek was gebaseerd op de vrees dat de rechter vooringenomen zou zijn, omdat hij nieuwe stukken toestond tijdens de zitting en het uitstelverzoek van [verzoekster] om deze stukken te bestuderen niet honoreerde.
De wrakingskamer oordeelde dat het toestaan van nieuwe stukken en het niet toestaan van uitstel procedurele beslissingen zijn die normaliter geen grond voor wraking vormen. Er was geen sprake van onbegrijpelijke beslissingen die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid zouden opleveren. De stukken betroffen zes e-mails van schuldeisers die ook op een door [verzoekster] overgelegde crediteurenlijst stonden.
Gezien de aard van de faillissementsprocedure, waarbij een voortvarend verloop van groot belang is, en het feit dat een korte schorsing van 10 à 15 minuten voldoende was om de stukken te bestuderen, werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter in de faillissementsprocedure wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.