Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
als gevolg waarvan (op 15 februari 2014) een grote hoeveelheid koolmonoxide in kamer 4 van) dat woonpand is vrijgekomen, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld is te wijten dat [slachtoffer 1] een koolmonoxide intoxicatie heeft bekomen, als gevolg waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
als gevolg waarvan (op 15 februari 2014) een grote hoeveelheid koolmonoxide in (kamer 4 van) dat woonpand is vrijgekomen, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld is te wijten dat [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel, te weten een koolmonoxide intoxicatie, heeft bekomen dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan;
3.De voorvragen
4.De vordering van de officier van justitie
5.Het standpunt van de verdediging
6.De beoordeling
grove of aanmerkelijkeonvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid, terwijl het gevolg, in dit geval de dood van [slachtoffer 1] en het letsel bij [slachtoffer 2], in redelijkheid moet kunnen worden toegerekend aan het handelen of nalaten van verdachte. Bij het oordeel over de vraag of verdachte dood dan wel letsel door schuld kan worden verweten moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waarbij voor ogen moet worden gehouden dat de ernst van het gevolg niet redengevend is voor de mate van de schuld.
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De beslissing
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2017.