ECLI:NL:RBOVE:2017:3188
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering voorwaardelijke invrijheidstelling wegens gebrek aan intrinsieke motivatie voor behandeling
De veroordeelde is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens oplichting via een datingsite. Zijn detentie begon op 8 mei 2016, met een geplande voorwaardelijke invrijheidstelling op 5 juli 2017. Het openbaar ministerie verzocht om het achterwege laten van deze voorwaardelijke invrijheidstelling omdat de veroordeelde niet wilde meewerken aan een klinische behandeling die als voorwaarde was gesteld.
De rechtbank hield op 27 juli 2017 een openbare zitting waarin de veroordeelde verscheen met zijn raadsman. De raadsman stelde primair dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding en subsidiair dat de vordering moest worden afgewezen. Het openbaar ministerie stelde ontvankelijk te zijn en handhaafde de vordering.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat het reclasseringsrapport met het advies pas op 14 juni 2017 beschikbaar kwam. Uit dat rapport en eerdere rapportages bleek dat de veroordeelde een antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathische kenmerken heeft, weinig verantwoordelijkheid neemt en niet gemotiveerd is voor behandeling. Hoewel de veroordeelde tijdens de zitting een nieuwe bereidheid toonde om mee te werken aan klinische opname, achtte de rechtbank dit niet oprecht maar ingegeven door de wens tot vervroegde vrijlating.
De rechtbank concludeerde dat er geen daadwerkelijke bereidwilligheid bestaat om zich aan de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling te houden en wees de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe. De veroordeelde blijft derhalve in detentie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe wegens gebrek aan daadwerkelijke bereidwilligheid tot behandeling.