ECLI:NL:RBOVE:2017:3288
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boete Wet minimumloon wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, een vennootschap onder firma, kreeg op 13 maart 2017 een boete van €10.000 opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Na afwijzing van bezwaar en verzoek om uitstel van betaling, stelde verzoekster een voorlopige voorziening in om betaling van de boete op te schorten totdat in de bodemprocedure is beslist.
Tijdens de zitting op 17 augustus 2017 verscheen verzoekster, vertegenwoordigd door een vennoot en gemachtigde, terwijl verweerder niet was verschenen. De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen spoedeisend belang niet snel wordt aangenomen, tenzij sprake is van onomkeerbare situaties zoals faillissement of acute nood.
Verzoekster stelde dat de betaling van de boete de liquiditeit van de familieonderneming ernstig zou beperken, mede door investeringen, huurachterstand en noodzakelijke vervanging van koeling. Echter, zij onderbouwde dit onvoldoende met actuele financiële gegevens. Ook bleek dat kort na het opleggen van de boete een nieuwe bedrijfsauto is aangeschaft en dat geen betalingsregeling was gevraagd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake was van een dreigend faillissement of acute noodsituatie en dat het spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete van €10.000 wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.