Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen meerdere dwangbevelen die zijn opgelegd wegens niet-betaalde administratieve sancties onder de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV). De sancties en aanmaningen zijn steeds verzonden naar het adres waarop betrokkene in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven, een adres in Vlissingen waar betrokkene tijdelijk verbleef maar geen post kon ontvangen vanwege een afgeplakte brievenbus.
De kantonrechter constateert dat betrokkene onvoldoende zorg heeft gedragen voor het ontvangen van post op het BRP-adres, waardoor zij niet tijdig kennis kon nemen van de sancties. Hoewel dit formeel juist is, leidt dit tot een zeer nadelige financiële situatie voor betrokkene, die niet in overeenstemming lijkt met de beoogde werking van de WAHV.
Gezien de samenhang tussen de zaken en de belangen van betrokkene besluit de kantonrechter de verzetschriften door te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, waar op 2 oktober 2017 een gezamenlijke behandeling zal plaatsvinden. Dit moet leiden tot een beslissing op maat die recht doet aan de strekking van de wet zonder betrokkene onredelijk te belasten.