Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2017:3295

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 augustus 2017
Publicatiedatum
22 augustus 2017
Zaaknummer
5941347 WM VERZ 17-220, 5941552 WM VERZ 17-221, 5941634 WM VERZ 17-222, 5941715 WM VERZ 17-223, 5941738 WM VERZ 17-224
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 2 WAHVArt. 25 lid 1 WAHVArt. 26 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing verzetschriften inzake dwangbevelen WAHV naar rechtbank Rotterdam voor gezamenlijke behandeling

Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen meerdere dwangbevelen die zijn opgelegd wegens niet-betaalde administratieve sancties onder de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV). De sancties en aanmaningen zijn steeds verzonden naar het adres waarop betrokkene in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven, een adres in Vlissingen waar betrokkene tijdelijk verbleef maar geen post kon ontvangen vanwege een afgeplakte brievenbus.

De kantonrechter constateert dat betrokkene onvoldoende zorg heeft gedragen voor het ontvangen van post op het BRP-adres, waardoor zij niet tijdig kennis kon nemen van de sancties. Hoewel dit formeel juist is, leidt dit tot een zeer nadelige financiële situatie voor betrokkene, die niet in overeenstemming lijkt met de beoogde werking van de WAHV.

Gezien de samenhang tussen de zaken en de belangen van betrokkene besluit de kantonrechter de verzetschriften door te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, waar op 2 oktober 2017 een gezamenlijke behandeling zal plaatsvinden. Dit moet leiden tot een beslissing op maat die recht doet aan de strekking van de wet zonder betrokkene onredelijk te belasten.

Uitkomst: De verzetschriften worden doorverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor gezamenlijke behandeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 5941347 WM VERZ 17-220
Zaaknummer : 5941552 WM VERZ 17-221
Zaaknummer : 5941634 WM VERZ 17-222
Zaaknummer : 5941715 WM VERZ 17-223
Zaaknummer : 5941738 WM VERZ 17-224
CJIB-nummers : [CJIB-nummer]; [CJIB-nummer]; [CJIB-nummer]; [CJIB-nummer]; [CJIB-nummer]
Tegen de uitvoering van het dwangbevel met de hierboven genoemde zaaknummers heeft

[betrokkene] ,

[adres 1]
,
nader te noemen: betrokkene.
verzet ingesteld.
De officier van justitie heeft schriftelijk commentaar geleverd op het bezwaarschrift van betrokkene en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het verzet.
Betrokkene is op de hoorzitting van 29 juni 2017 verschenen.
Betrokkene heeft het verzetschrift op tijd bij de rechtbank ingediend, samen met het dwangbevel en een kopie van het exploot van betekening daarvan. Betrokkene heeft in de zaak 5941347 WM VERZ 17-220 griffierecht betaald. In de andere zaken is geen griffierecht betaald, maar de kantonrechter zal dit passeren gelet op het onderlinge verband van de zaken en dat er in ieder geval in 1 zaak is betaald. De verzetten zijn ontvankelijk verklaard.
Betrokkene voert aan geen kennisgeving te hebben ontvangen van de initiële sancties. Gedurende het verblijf in de periode 15 juli 2016 tot 15 september 2016 op de [adres 2] in Vlissingen heeft betrokkene nooit correspondentie kunnen ontvangen, omdat de brievenbus was afgeplakt en niet toegankelijk was voor de post. Betrokkene moest op dat adres ingeschreven worden, omdat zij anders geen parkeervergunning kon aanvragen. Betrokkene wist niet dat ze nadat ze vertrok uit Vlissingen en ze haar parkeervergunning inleverde zich moest uitschrijven in het GBA-register. Daar kwam ze later pas achter toen ze ging werken in Zwolle. Inmiddels staat ze weer ingeschreven op haar adres in Oud-Alblas waar ze is met haar familie als ze niet hoeft te werken. Betrokkene heeft inmiddels daar ook nog een aantal dwangbevelen gekregen.
Op zitting heeft de kantonrechter aangekondigd schriftelijk uitspraak te zullen doen.
Uit de zaakoverzichten van het CJIB en de commentaren van de officier van justitie in de onderhavige zaken, kan het volgende worden afgeleid. De inleidende beschikkingen, waarbij de sancties aan betrokkene zijn opgelegd, zijn steeds verzonden naar het adres aan De [adres 2] in Vlissingen. Dit adres komt overeen met het adres waarop betrokkene destijds in de basisregistratie personen (verder: BRP) stond ingeschreven.
Aangezien tegen de inleidende beschikkingen geen beroep is ingesteld bij de officier van justitie en daarnaast de sancties niet zijn voldaan, zijn de sancties steeds op de voet van de artikelen 23, tweede lid, en 25, eerste lid, van de WAHV [1] tweemaal verhoogd en zijn aanmaningen aan betrokkene gezonden, eveneens naar voornoemd adres. Na het verstrijken van de vervaldatum voor betaling van het bedrag van de tweede aanmaning, heeft het CJIB voormelde adresgegevens geverifieerd in de BRP en correct bevonden, waarop is overgegaan tot de uitvaardiging van dwangbevelen.
Betrokkene heeft de post in al deze zaken niet kunnen ontvangen, naar eigen zeggen, omdat de brievenbus was afgeplakt. Dat alle poststukken onbestelbaar retour zijn gekomen, zou een bevestiging hiervan kunnen zijn. De vraag is in dit geval of het CJIB voldoende heeft gedaan om te zorgen dat de post betrokkene zou bereiken. Uit de zaakoverzichten is gebleken dat er meermalen door middel van een BRP-controle is gepoogd om de correspondentie naar het juiste adres te sturen. Daarbij is het BRP-adres waar betrokkene stond ingeschreven leidend. Dat betrokkene ook deels in Oud-Alblas woonde op de momenten dat ze niet werkte en dat betrokkene geen post kon ontvangen op het adres waar ze was ingeschreven, zijn omstandigheden die voor haar eigen rekening en risico moeten worden gebracht. Betrokkene had er zelf voor moeten zorgen dat ze post kon ontvangen op het adres waarop ze in het BRP stond ingeschreven.
De kantonrecht is evenwel van oordeel dat betrokkene, door haar foutieve handelswijze met betrekking tot haar adres van inschrijving en het ontvangen van post, door de repeterende effecten ingevolge de WAHV nu wel erg hard in haar portemonnee wordt getroffen. Hoewel naar de letter van de Wet misschien wel juist, moet worden betwijfeld of dit een door de wetgever beoogd gevolg is. Dit geldt te meer nu betrokkene tussentijds nooit van die effecten op de hoogte is geraakt en daaruit dan ook geen lering heeft kunnen trekken.
De kantonrechter is al met al van oordeel dat alle zaken waarin thans tegen betrokkene een dwangbevel is uitgevaardigd, tezamen moeten worden beoordeeld en dat deze zaken vragen om een beslissing op maat, die recht doet aan de strekking van de WAHV, maar betrokkene niet opzadelt met zodanig hoge schulden dat daarmee aan het doel van de WAHV, namelijk een effectieve handhaving van verkeervoorschriften, verregaand wordt voorbijgeschoten.
Om dit te bereiken zal de kantonrechter de thans in Zwolle aanhangige zaken verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, waar op 2 oktober 2017 op locatie Dordrecht een aantal gelijksoortige zaken zal worden behandeld, zodat alle thans tegen betrokkene aanhangige WAHV-zaken in één keer kunnen worden beoordeeld.
Hoewel de kantonrechter niet voor zijn collega in de rechtbank Rotterdam wil spreken, zou het naar zijn inschatting niet verkeerd zijn als de officier van justitie zich, tegen de gewoonte in, ook op deze zitting zou laten vertegenwoordigen.
Bij de beslissing om de Zwolse zaken te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, heeft de kantonrechter ook gelet op de relatieve bevoegdheid, geregeld in artikel 26 lid 3 WAHV Pro en het feit dat betrokkene inmiddels weer in Oud-Alblas staat ingeschreven.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verwijstde verzetschriften door naar rechtbank Rotterdam locatie Dordrecht, afdeling privaatrecht team kanton om deze zaken op 2 oktober 2017 gelijktijdig te behandelen met aldaar aanhangige verzetszaken.
Gedaan op 22 augustus 2017 door mr. F. Koster, kantonrechter, bijgestaan door M.I. Boerdijk als griffier.
de griffier, de kantonrechter,
Bent u het met de beslissing op uw verzet niet eens, dan kunt u binnen twee weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beschikking hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de afdeling strafrecht te Zwolle en dient door degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Na indiening van het beroepschrift krijgt u een ontvangstbevestiging. Daarin staat ook de termijn waarbinnen u opnieuw griffierecht dient te betalen en zekerheid dient te stellen, wil uw beroep ontvankelijk zijn.
Datum toezending beschikking:

Voetnoten

1.Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften