Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
[verzoekers] ,
Rechtbank Overijssel
Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun enige schuldeiser, de belastingdienst, waarbij een percentage van 19,61% op een vordering van €147.855,- zou worden betaald. Dit voorstel werd gefinancierd met een BBZ-krediet van de gemeente Deventer. De belastingdienst weigerde in te stemmen met dit akkoord.
Tijdens de zitting verklaarden verzoekers dat zonder akkoord faillissement of schuldsanering onvermijdelijk is, met mogelijke uitkeringsaanvragen vanwege hun leeftijd. De belastingdienst stelde dat de schuld voortkomt uit opzet of grove schuld vanwege het ontbreken van een boekhouding, waardoor kwijtschelding volgens de Leidraad Invordering niet mogelijk is.
De rechtbank overwoog dat een schuldeiser in beginsel recht heeft op volledige betaling en dus een schuldregeling mag weigeren. De belangenafweging moet uitwijzen of de weigering redelijk is. Gezien de omvang van de schuld, de opzet/grove schuld en het ontbreken van andere schuldeisers, concludeerde de rechtbank dat de belastingdienst redelijk heeft gehandeld. Daarom worden de verzoeken afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat de weigering van de belastingdienst redelijk is.