ECLI:NL:RBOVE:2017:3412
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanranding na omarming en zoen
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 42-jarige man uit Deventer die werd verdacht van aanranding op 23 juli 2016. De officier van justitie stelde dat verdachte door geweld of andere feitelijkheden, waaronder het onverhoeds omarmen en tongzoenen van het slachtoffer, haar tot ontuchtige handelingen had gedwongen.
Tijdens de terechtzittingen op 2 mei en 17 augustus 2017 werden verklaringen van het slachtoffer, een getuige en verdachte zelf gehoord. De officier van justitie baseerde zich ook op whatsapp-berichten die in het dossier waren opgenomen. De verdediging voerde aan dat alleen vaststond dat verdachte het slachtoffer op de mond had gekust en dat een tongzoen niet mogelijk was vanwege een korte tongriem.
De rechtbank oordeelde dat verdachte het slachtoffer heeft omarmd en op de mond heeft gezoend, maar onvoldoende bewijs was voor meerdere tongzoenen of een overrompelende situatie die het slachtoffer tot ontuchtige handelingen dwong. Ook speelde mee dat het slachtoffer voorafgaand aan het incident met verdachte aan het flirten was. Hierdoor ontbrak het ontuchtige karakter van de handelingen en sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanranding.