Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
WONINGSTICHTING SWZ,
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een kort geding waarin eiser verzocht om schorsing van een eerder vonnis dat hem tot ontruiming van zijn woning veroordeelde vanwege structurele overlast en huurachterstand. De huurovereenkomst was sinds 2004 van kracht en betrof een zelfstandige woonruimte. Eerder ontbindingsvonnissen wegens huurachterstand waren niet uitgevoerd nadat eiser de achterstand had voldaan.
Vanaf 2014 veroorzaakte eiser herhaaldelijk ernstige overlast, waaronder geluidsoverlast en vervuiling door huisdieren, en kampte hij met een alcoholprobleem. Op 21 oktober 2016 werd hij bij vonnis veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden wegens ernstig tekortschieten in zijn verplichtingen als huurder. Tegen dit vonnis werd geen hoger beroep ingesteld.
Eiser vorderde in het onderhavige kort geding de schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke feitelijke of juridische misslag in het vonnis, noch van nieuwe feiten die een noodtoestand zouden veroorzaken bij uitvoering van de ontruiming. De huurachterstand bleef bestaan, en eiser betaalde niet volledig de lopende huur. Ook was er geen afdoende schuldhulpverlening of verbetering in het gedrag van eiser.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de verhuurder bij uitvoering van het vonnis niet onaanvaardbaar was en wees de vordering tot schorsing af. Tevens veroordeelde zij eiser tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.F. Boele op 27 januari 2017.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en proceskosten.