Uitspraak
Rechtbank Overijssel
.
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
subsidiair)met een meisje tussen de 12 en 16 jaar ontucht heeft gepleegd;
(subsidiair)met een meisje tussen de 12 en 16 jaar ontucht heeft gepleegd.
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
- materiële schade: € 610,74
- immateriële schade: € 5.000,--.
10.De vordering tenuitvoerlegging parketnummer 21/003247-12
11.De toegepaste wettelijke voorschriften
12.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 primair en 4 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de ter beschikking gestelde
van overheidswege wordt verpleegd;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats 3] , van een bedrag van € 5.445,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2016;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats 3] , voor een deel van € 165,30 (kosten hoger beroep) niet-ontvankelijk is in haar vordering, evenals ten aanzien van het gevorderde contact- en locatieverbod, en dat de benadeelde partij de vordering voor die onderdelen slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;