Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procesverloop
2.De feiten, de vordering en het verweer in de hoofdzaak
[X] en/of (de erven) [Y] ;
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak vordert eiseres inzage in bankproducten en bankrekeningen van haar ouders en gedaagde om haar legitieme portie in de nalatenschap van haar vader te kunnen berekenen. Gedaagde weigert medewerking en stelt dat hij reeds voldoende informatie heeft verstrekt en dat het verzoek misbruik van recht is.
De rechtbank overweegt dat eiseres als erfgenaam en legitimaris rechtmatig belang heeft bij de gevorderde inzage. De gevraagde bankafschriften zijn voldoende bepaald en betreffen een rechtsbetrekking waarin partijen betrokken zijn. Het beroep van gedaagde op privacybelangen wordt verworpen omdat onvoldoende concrete feiten zijn gesteld die zwaarder wegen dan het belang van eiseres.
De rechtbank machtigt eiseres op grond van artikel 3:299 BW Pro om namens gedaagde de gevraagde bankbescheiden bij de banken op te vragen. De kosten komen voor rekening van eiseres. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Eiseres wordt gemachtigd om namens gedaagde bankafschriften op te vragen ter vaststelling van haar legitieme portie.