Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 10
- de producties 1 tot en met 5 van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Overijssel
Restaurant Vrijdag B.V. en voormalig werknemer [gedaagde] zijn in geschil geraakt over loonbetalingen. Na eerdere procedures bereikten partijen een schikking vastgelegd in een proces-verbaal van 22 maart 2016, waarin Vrijdag een bruto bedrag van €4.000,- in twee termijnen zou betalen.
Vrijdag betaalde op 4 mei 2016 een bedrag van €2.129,54 netto aan de deurwaarder, wat ruimschoots voldeed aan de netto verplichtingen uit het proces-verbaal, rekening houdend met verrekening van proceskosten en toepasselijke loonbelastingtabellen. Desondanks legde [gedaagde] executoriaal derdenbeslag en dreigde beslaglegging op roerende zaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de executie van het proces-verbaal misbruik van bevoegdheid vormt omdat Vrijdag aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan. De vordering tot staken van executie en oplegging van een dwangsom werd toegewezen, terwijl de opheffing van het derdenbeslag werd afgewezen omdat dit beslag reeds was vervallen. Vergoeding van schade wegens onrechtmatige executie werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] de executie van het proces-verbaal te staken wegens misbruik van bevoegdheid.