Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA).
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Overijssel
Gedaagde, afkomstig uit Eritrea, kreeg in november 2016 een verblijfsvergunning asiel en verbleef met haar minderjarige zoon in het AZC Almelo. Het COA bood haar passende woonruimte aan, toegewezen aan haar echtgenoot, maar zij weigerde deze vanwege relatieproblemen en een lopend echtscheidingsverzoek.
Het COA stelde dat het recht op opvang eindigt zodra passende huisvesting buiten het AZC kan worden gerealiseerd en dat weigering leidt tot beëindiging van verstrekkingen en ontruiming. De voorzieningenrechter oordeelde dat de aangeboden woning passend is in de zin van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005, ondanks de relatieproblemen.
De rechtbank vond onvoldoende aannemelijk dat gedaagde om humanitaire redenen niet bij haar echtgenoot kon wonen en wees de vordering van het COA tot ontruiming toe, met een termijn van twee maanden om andere woonruimte te vinden. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het AZC binnen twee maanden na betekening van het vonnis.