ECLI:NL:RBOVE:2017:3977

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
24 oktober 2017
Zaaknummer
08/760170-16 (P) en 01/865036-15 (tul)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte plofkraak Rabobank Twello wegens onvoldoende bewijs

Op 23 september 2016 vond een plofkraak plaats op de Rabobank in Twello waarbij twee geldautomaten werden opgeblazen en circa 205.000 euro werd buitgemaakt. De ontploffing veroorzaakte aanzienlijke schade aan het bankgebouw en omliggende panden. Drie mannen uit Amsterdam en Twello werden veroordeeld tot gevangenisstraffen.

Twee andere verdachten, waaronder de verdachte in deze zaak, werden vervolgd voor betrokkenheid bij deze plofkraak. De tenlastelegging omvatte het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing, vernieling van het bankgebouw en diefstal door braak.

Tijdens de openbare terechtzittingen op 20 december 2016, 16 maart 2017 en 26 september 2017 heeft de rechtbank alle bewijsstukken en pleidooien van de officier van justitie en verdediging afgewogen. De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en sprak hem vrij.

De Rabobank had een schadevergoeding van ruim 206.000 euro gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat de rechtbank de tenlastelegging niet bewezen achtte. De Rabobank kan haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter indienen.

Daarnaast werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werd de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf afgewezen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de plofkraak.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummers: 08/760170-16 (P) en 01/865036-15 (tul)
Datum vonnis: 24 oktober 2017
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte 4] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 december 2016, 16 maart 2017 en 26 september 2017.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. G. van Roermund en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw
mr. V.H. Hammerstein, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er - kort en zakelijk weergegeven - op neer dat verdachte:
feit 1:samen met anderen, of alleen, een ontploffing teweeg heeft gebracht;
feit 2:samen met anderen, of alleen, een (bank)gebouw heeft vernield;
feit 3:samen met anderen, of alleen, geld heeft gestolen door middel van braak.
Voluit luidt de tenlastelegging - na een vordering aanpassing omschrijving van de tenlastelegging van 26 september 2017 - dat:
1.
hij, op of omstreeks 23 september 2016 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) in of op een geldautomaat, welke zich bevond in een gebouw toebehorend aan Rabobank, toen aldaar
opzettelijk één of meerdere explosieven aangebracht en/of (vervolgens) voornoemd explosief of voornoemde explosieven tot ontploffing gebracht en/of laten brengen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor (een) goed(eren), te weten voornoemde geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (toevallige) voorbijgangers en/of één of meer bewoner(s) van bovenliggende en/of omliggende woning(en) te duchten was;
2.
hij, op of omstreeks 23 september 2016 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gebouw of een getimmerte, te weten een bank toebehorend aan Rabobank, opzettelijk heeft vernield of beschadigd, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) in of op een geldautomaat, welke zich bevond in voornoemd gebouw, toen aldaar opzettelijk één of meerdere explosieven aangebracht en/of (vervolgens) voornoemd explosief of voornoemde explosieven tot ontploffing gebracht en/of laten brengen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor (een) goed(eren), te weten voornoemde geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, en/of levensgevaar voor (toevallige) voorbijgangers en/of één of meer bewoner(s) van bovenliggende en/of omliggende woning(en) te duchten was;
3.
hij, op of omstreeks 23 september 2016 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de Rabobank heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsoverwegingen

4.1
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte 4] het tenlastegelegde heeft begaan. De raadsvrouw heeft dit eveneens bepleit.
4.2
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte 4] de tenlastegelegde feiten heeft begaan, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.De schade van benadeelden

5.1
De vordering van de benadeelde partij
Rabobank Apeldoorn heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.
De Rabobank vordert veroordeling van [verdachte 4] tot betaling van in totaal € 206.381,82 inclusief de BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.
5.2
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het feit dat de rechtbank niet bewezen acht wat aan [verdachte 4] is tenlastegelegd, zal de rechtbank de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

6.De vordering tenuitvoerlegging

De officier heeft gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging wordt afgewezen. De raadsvrouw heeft dit eveneens bepleit.
Gelet op het feit dat de rechtbank niet bewezen acht wat aan verdachte is tenlastegelegd, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

7.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- verklaart de benadeelde partij de Rabobank Apeldoorn niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
- wijst af de vordering van de officier van justitie tot de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 7 september 2015 met parketnummer 01/865036-15 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en
mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wilmink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.