Eiseres ontvangt een IVA- en Wajong-uitkering die verhoogd is wegens hulpbehoevendheid. Het UWV heeft haar uitkering aangepast door de verhoging pas na aftrek van inkomsten toe te passen, wat tot een lagere uitkering leidt. Eiseres betoogt dat dit in strijd is met de wet en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank analyseert de relevante artikelen 51, 52 en 53 van de WIA en concludeert dat de verhoging volgens artikel 53 vóór de aftrek van inkomsten moet worden toegepast. De uitleg van het UWV wordt niet ondersteund door de wetstekst of beleidsregels. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het UWV inconsistent en willekeurig heeft gehandeld, wat strijdig is met het verbod van willekeur uit de Awb.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen conform deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht vergoed en worden proceskosten toegewezen aan eiseres.