Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties van 26 september 2017,
- de brief van mr. Tijken van 3 oktober 2017 met producties van de zijde van de man,
- de mondelinge behandeling van 4 oktober 2017.
Rechtbank Overijssel
Partijen, voormalig samenwonenden, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning met een hypothecaire lening waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. Bij vonnis van 28 januari 2015 is de woning aan de man toegewezen, onder de voorwaarde dat hij de vrouw binnen zes maanden ontslaat uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld om haar uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan en haar machtigt tot verkoop van de woning, met dwangsommen bij niet-naleving. De man voert verweer dat het uitblijven van ontslag mede door de vrouw zelf wordt veroorzaakt, onder meer door het weigeren van handtekeningen en het pas recent opheffen van conservatoir beslag.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond. De man heeft steeds de hypotheeklasten voldaan en heeft het bedrag van overbedeling in depot gestort. De vertraging is mede te wijten aan de vrouw zelf. De man is bovendien afhankelijk van de bank voor het verkrijgen van een nieuwe hypotheek. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid en machtiging tot verkoop woning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.