Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met de producties I. tot en met IV.
- de producties 1 tot en met 7 van de zijde van de vrouw
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de vrouw.
Rechtbank Overijssel
Partijen hadden een affectieve relatie die in mei 2017 eindigde. Zij zijn gezamenlijk eigenaar van een woning waar de vrouw met de minderjarige kinderen is blijven wonen nadat de man de woning verliet. De man werd door de gemeente uitgeschreven van het adres omdat hij daar niet woonachtig bleek te zijn.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw medewerking zou verlenen aan zijn herinschrijving in de basisregistratie personen (BRP) op het adres, dat zij zich zou uitschrijven, de woning zou ontruimen en poststukken aan hem zou overhandigen. De vrouw verweerde zich en stelde dat zij en de kinderen op het adres moesten blijven vanwege hun financiële situatie en toeslagen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat beide partijen belang hebben bij inschrijving op het adres, maar dat het belang van de vrouw en kinderen zwaarder weegt. De vrouw kan de woning niet financieren en is aangewezen op sociale huur. De man heeft meer financiële armslag en kan elders wonen. De vordering tot medewerking aan herinschrijving werd afgewezen omdat dit in strijd is met de Wet BRP.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vrouw de poststukken voor de man binnen drie dagen moet overhandigen, maar wees de overige vorderingen af. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan herinschrijving in de BRP wordt afgewezen; de vrouw mag met de kinderen in de woning blijven wonen.