Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A],
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een horecagelegenheid die door brand ernstig werd beschadigd en onbruikbaar raakte. De huurder stopte met huurbetaling en weigerde de overeengekomen waarborgsom te voldoen, terwijl de verhuurder herstelwerkzaamheden verrichtte na een schade-uitkering van de verzekeraar.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de waarborgsom en een contractuele boete. De huurder stelde dat de waarborgsom al door de vorige huurder was betaald en dat de verhuurder aansprakelijk was voor de schade en het herstel.
De rechtbank oordeelde dat de huurder tekort was geschoten in zijn verplichtingen door de waarborgsom niet af te handelen zoals overeengekomen, waardoor ontbinding gerechtvaardigd was. De boete werd gematigd vanwege de omstandigheden. De tegenvordering van de huurder wegens schade en herstel werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De huurder werd veroordeeld tot betaling van een gematigde boete en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van € 3.600,00.