Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. A. van Veenen van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
9 juli 2003 op 10 juli 2003 heeft vastgebonden met tape, waarbij [slachtoffer] tevens met een mes in zijn gezicht is gestoken en is geslagen. De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat het alternatieve scenario van verdachte gelet op de bewijsmiddelen en de samenhang daarvan niet aannemelijk is geworden.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van poging tot doodslag;
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 5 september 2017, opgemaakt door G.M.J. Meurs en
- het uittreksel justitieel documentatieregister d.d. 11 oktober 2017.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en onder 2 tweede cumulatief/alternatief meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
trafbaarheid verdachte
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.