Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
voorschot, onder voorbehoud ontbindende voorwaarden voorlopige koopovereenkomst.Op 25 september 2017 heeft [gedaagde] nog eens € 18.078,69 betaald aan [eiser] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
[gedaagde]niet in zijn stelling dat hij betaling van het resterende bedrag van de vordering van [eiser] kan uitstellen vanwege een toekomstige vordering voortvloeiende uit verbouwing aan de toiletten. Ter zake geldt dat onvoldoende duidelijk is of [eiser] verantwoordelijk is voor die kosten, dan wel de eigenaresse of een vorige exploitant van het café.