ECLI:NL:RBOVE:2017:5320
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor voorbereiding productie GHB met GBL
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 40-jarige verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de productie van GHB door handel in GBL. De tenlastelegging betrof handel in grote hoeveelheden GBL, een stof die kan worden gebruikt voor de bereiding van GHB, wat strafbaar is indien bedoeld voor die productie.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat het bezit en de handel in GBL op zichzelf niet strafbaar zijn, maar dat het strafbaar wordt wanneer sprake is van voorbereidingshandelingen voor GHB-productie. De rechtbank concludeerde dat verdachte openlijk handelde in GBL via een vennootschap onder firma, met transparante bedrijfsvoering en zonder aanwijzingen van onregelmatigheden of leveringen op ongebruikelijke plaatsen.
De officier van justitie stelde dat verdachte ernstige redenen had om te vermoeden dat GBL voor GHB-productie bestemd was, onder meer vanwege de hoge zuiverheid en prijs, en het ontbreken van een reguliere markt in de schoonmaakbranche. De verdediging betoogde dat verdachte zijn processen had ingericht om misbruik te voorkomen en dat er geen bewijs was voor (voorwaardelijk) opzet.
De rechtbank oordeelde dat de zuiverheid en prijs niet zonder meer duiden op bestemd zijn voor GHB-productie en dat verklaringen van afnemers die GBL als schoonmaakmiddel gebruikten betrouwbaar waren. Er was geen bewijs dat verdachte op de hoogte was van misbruik door afnemers. Het dossier bevatte onvoldoende concrete feiten om te bewijzen dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat GBL voor GHB-productie bestemd was.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat GBL bestemd was voor de bereiding van GHB.