ECLI:NL:RBOVE:2017:5322
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedrijf voor handelen in GBL zonder bewezen opzet tot productie van GHB
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een vennootschap onder firma die werd verdacht van het voorbereiden van de productie van GHB door handel in GBL. De officier van justitie stelde dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat het GBL bestemd was voor de vervaardiging van GHB. De verdediging voerde aan dat handel in GBL op zichzelf niet strafbaar is en dat de bedrijfsprocessen waren ingericht om misbruik te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat GBL niet verboden is en dat het uitsluitend voorhanden hebben of handelen in GBL niet strafbaar is, tenzij het bestemd is voor de productie van GHB. Uit het dossier bleek dat het bedrijf openlijk handelde in GBL, met leveringen aan bedrijven in Nederland en het buitenland, en dat werkprocessen waren aangescherpt na waarschuwingen om misbruik te voorkomen. Diverse afnemers verklaarden het product als schoonmaakmiddel te gebruiken.
De rechtbank vond dat er onvoldoende concrete feiten en omstandigheden waren om te bewijzen dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat het GBL bestemd was voor de productie van GHB. Ook was er geen bewijs dat afnemers daadwerkelijk GHB produceerden met het geleverde GBL. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat het GBL bestemd was voor de productie van GHB.