ECLI:NL:RBOVE:2017:684
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid plofkraak Enschede wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Overijssel heeft op 14 februari 2017 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een plofkraak in Enschede. De tenlastelegging omvatte onder meer diefstal met braak, het plegen van een plofkraak met gevaar voor personen en goederen, vernieling van een winkelpand door ontploffing van een geldautomaat, en het belemmeren van opsporing.
Tijdens de terechtzitting op 31 januari 2017 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie stelde dat verdachte onder meer betrokken was bij het verplaatsen van een vluchtauto en het verbergen van buit in een kelderbox. De verdediging voerde aan dat verdachte geen betrokkenheid had bij de plofkraak en dat de sleutel van de kelderbox was uitgeleend aan een medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte opdracht had gegeven tot het verplaatsen van de vluchtauto of op de hoogte was van de tas in de kelderbox. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De vordering van de ING Bank NV werd niet-ontvankelijk verklaard en de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf werd afgewezen. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.