ECLI:NL:RBOVE:2017:867
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuurder wegens verrekening bemiddelingskosten met huurachterstand
De verhuurder heeft een zelfstandige woonruimte verhuurd aan de huurder met een maandelijkse huurprijs van €648,53. De huurovereenkomst bevatte een borgsom en benoemde een vastgoedmanager, NederWoon, die namens de verhuurder de huur incasseerde. De huurder betaalde bij aanvang een bemiddelingsvergoeding van €725 aan NederWoon.
De huurder zegde de huurovereenkomst op en liet de huur voor december 2015 en januari 2016 onbetaald. De verhuurder vorderde betaling van deze achterstallige huur en ook van de maanden februari en maart 2016. De huurder stelde dat alleen de eerste twee maanden onbetaald waren en dat de verhuurder de waarborgsom en de bemiddelingskosten aan haar moest terugbetalen. Zij deed een beroep op verrekening van de huurachterstand met deze bedragen.
De rechtbank oordeelde dat de bemiddelingsvergoeding nietig was omdat deze een niet redelijk voordeel betrof, bedongen door de makelaar die als gemachtigde van de verhuurder optrad. De verhuurder was aansprakelijk voor deze onrechtmatige handelwijze op grond van artikel 6:171 BW Pro. De huurder kon de betaalde bemiddelingskosten verrekenen met de huurachterstand, mede omdat tussen verhuurder en makelaar een rekening-courantverhouding bestond. Hierdoor was de vordering van de verhuurder per saldo nihil en werd deze afgewezen.
De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de bescherming van huurders tegen onredelijke bedingen en bevestigt de mogelijkheid van driepartijenverrekening bij een rekening-courantverhouding tussen verhuurder en diens gemachtigde.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot betaling van huurachterstand wordt afgewezen wegens verrekening met onrechtmatig bedongen bemiddelingskosten.