Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 februari 2018 met producties,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 maart 2018,
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden bij beschikking van 17 maart 2016, waarbij een echtscheidingsconvenant is overeengekomen. In dit convenant is geregeld dat de man de overlijdensrisicoverzekering op het leven van de vrouw kan voortzetten en dat de vrouw verplicht is mee te werken aan de wijziging van de polis.
De man vordert in kort geding dat de vrouw wordt veroordeeld mee te werken aan de wijziging van de overlijdensrisicoverzekering en hem bij uitsluiting machtigt om namens haar de brief tot beëindiging van de polis te ondertekenen. De vrouw heeft aanvankelijk toegezegd mee te werken, maar weigerde later zonder opgaaf van redenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een onmiddellijke voorziening noodzakelijk is en machtigt hem om namens de vrouw de brief tot beëindiging van de verzekering te ondertekenen. De vordering tot medewerking wordt afgewezen omdat de man zelf gemachtigd is. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.000 vanwege haar niet-naleving van toezeggingen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De man wordt gemachtigd om namens de vrouw de overlijdensrisicoverzekering te beëindigen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.