Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord en van eis in reconventie
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Overijssel
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samen een woning bezaten, zijn uit elkaar gegaan. De man verzocht de vrouw te veroordelen tot betaling van woonlasten, ontruiming van de woning en medewerking aan verkoop, terwijl de vrouw diverse verboden en voorwaarden vroeg met betrekking tot zorg voor het kind en het gebruik van de woning.
De rechtbank constateerde dat in de bodemprocedure reeds een eindvonnis was gewezen over de verkoop van de woning en de bijdrage van de vrouw voor het alleengebruik. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor de gevorderde voorlopige voorzieningen van de man en voor twee vorderingen van de vrouw.
De overige vorderingen van de vrouw tot wijziging van de zorg- en contactregeling werden eveneens afgewezen omdat de Raad voor de Kinderbescherming reeds was verzocht hierover te rapporteren en advies uit te brengen, en de vrouw deze kwesties in die procedure kan aanvoeren.
De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd gewezen door de voorzieningenrechter Rijksen op 21 maart 2018.
Uitkomst: Vorderingen van partijen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en proceskosten worden gecompenseerd.