Mooi B.V., franchisegever in de drogisterij- en parfumeriemarkt, vordert betaling van franchisefee's van [A], eigenaar van drie vestigingen, totdat de franchiseovereenkomsten rechtsgeldig zijn beëindigd. [A] was vanaf februari 2017 gestopt met betalen en stelde de samenwerking te willen beëindigen wegens ontevredenheid over de dienstverlening van Mooi.
De rechtbank oordeelt dat de schriftelijke franchiseovereenkomsten niet als bewijs kunnen dienen omdat [A] deze niet heeft ondertekend en onvoldoende aannemelijk is dat zij daarmee heeft ingestemd. Wel is vastgesteld dat er mondelinge franchiseovereenkomsten bestaan waarop [A] gehouden is fee's te betalen zolang deze niet zijn opgezegd. De buitengerechtelijke ontbinding door [A] wordt niet aanvaard omdat geen tekortkoming van Mooi is aangetoond.
De vordering tot betaling van fee's over twee vestigingen wordt toegewezen, terwijl de vordering over de derde vestiging wordt afgewezen vanwege een overeengekomen vrijstelling. De vordering tot afgifte van financiële informatie en een concurrentiebeding worden afgewezen. Tevens wordt een voorschot op schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. [A] wordt veroordeeld in de proceskosten.