Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
voorwerpaanwezig is waardoor
een ontploffingkan ontstaan. Verdachte heeft niet gezegd dat er een bom of explosief voorwerp in de trein aanwezig was of dat er een ontploffing zou volgen. Dat is naar het oordeel van de rechtbank ook niet af te leiden uit zijn bewoordingen. De specifieke delictsomschrijving laat niet toe om uit andere bewoordingen af te leiden dat er met een bom is gedreigd. Voor deze vorm van extensieve interpretatie is geen ruimte, gelet op de specifieke bewoordingen van artikel 142a Sr.