Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
waarschijnlijknegatief is beïnvloed, kan de rechtbank niet tot de conclusie komen dat het verkeersongeval te wijten is geweest aan het drugsgebruik van verdachte. Nu verder niet is gebleken van concreet gevaarlijk rijgedrag, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam heeft gereden en zal zij verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde.
gedragals bedoeld in artikel 5 WVW Pro. Daarnaast is niet onaannemelijk dat sprake is geweest van aquaplaning al dan niet in combinatie met een onverwacht harde windstoot, waardoor verdachte de controle over de auto niet heeft kunnen behouden. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van wat hem subsidiair ten laste is gelegd.
5.De beslissing
mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2018.