ECLI:NL:RBOVE:2018:175
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valse aangifte en valse verklaring
De rechtbank Overijssel heeft op 19 januari 2018 uitspraak gedaan in een zaak tegen een 50-jarige vrouw die werd verdacht van het doen van valse aangiftes en het afleggen van valse verklaringen. De tenlastelegging betrof vier feiten: twee valse aangiftes en twee valse verklaringen onder ede, met betrekking tot een vermeende mishandeling en vernieling.
Tijdens de terechtzitting op 5 januari 2018 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring voor de eerste twee feiten, terwijl zij vrijspraak vorderde voor de laatste twee. De verdediging ontkende ten stelligste en stelde dat er twijfel bestond over de verklaringen van getuigen die mogelijk beïnvloed waren.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de valse aangifte en valse verklaring over het incident van 23 februari 2012 te bewijzen. Er was sprake van een verstoorde verstandhouding tussen buurtbewoners en tegenstrijdige getuigenverklaringen. Ook voor de overige feiten was geen bewijs geleverd. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valse aangifte en valse verklaring.