ECLI:NL:RBOVE:2018:1765

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 april 2018
Publicatiedatum
24 mei 2018
Zaaknummer
C/08/153412 / HA ZA 14-149
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 198 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling notarisrapport over koopovereenkomst en aanwezigheid gevaarlijke stoffen in gesloopte gebouwen

In deze civiele procedure tussen Freizeit- und Ferienpark Fürstenau GmbH en de failliete besloten vennootschap [X] staat centraal de beoordeling van een notarisrapport over de koopovereenkomst van een perceel met opstallen te Fürstenau. De notaris was aangewezen om te onderzoeken of de koopovereenkomst iets vermeldt over gevaarlijke of verontreinigde stoffen in de in 2010 gesloopte gebouwen.

De notaris heeft vastgesteld dat in de koopovereenkomst geen verwijzing is naar dergelijke stoffen en dat de koper alle risico's overneemt, met uitsluiting van aansprakelijkheid van de verkoper. [X] betwist echter de volledigheid van het onderzoek en vraagt om nadere toelichting over de verificatie van de koopovereenkomst en de inhoud van bijlagen, waaronder de geschatte sloopkosten.

De rechtbank stelt vast dat de notaris niet als deskundige is benoemd in de zin van artikel 194 e.v. Rv, maar als onafhankelijke derde voor onderzoek van de koopovereenkomst. Daarom is artikel 198 Rv Pro niet van toepassing en is er geen schending van dit artikel. Wel wordt de notaris verzocht binnen een maand nadere toelichting te geven op specifieke vragen over zijn verificatieprocedure en de inhoud van het rapport.

De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 30 mei 2018, zodat partijen zich kunnen uitlaten over de nadere toelichting van de notaris. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere toelichting van de notaris en verdere behandeling op 30 mei 2018.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/153412 / HA ZA 14-149
Vonnis in de hoofdzaak van 4 april 2018
in de zaak van
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht
Freizeit- und Ferienpark Fürstenau GmbH,
gevestigd te Fürstenau (Niedersachsen, Deutschland),
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
advocaat: mr. C.P.B. Kroep te Enschede,
tegen
mr. G.W. Weenink q.q.,
in zijn hoedanigheid van
curator van de failliete
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
advocaat: mr. M.H.F. van der Lek-Langenhof te Zaltbommel.
Partijen zullen hierna Fürstenau en [X] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis in het incident van 27 september 2017;
  • de brief van mr. D. ter Braak met bijlagen van 22 december 2017;
  • de akte van Fürstenau van 24 januari 2018;
  • de akte van [X] van 24 januari 2018.
1.2.
Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis in het incident van 27 september 2017 heeft de rechtbank:
- notaris mr. D. ter Braak aangewezen als notaris aan wie Fürstenau op diens eerste verzoek een afschrift dient te verstrekken van de overeenkomst inzake de aankoop van het perceel met opstallen aan de Pommernstrasse (12) te Fürstenau, inclusief eventuele bijlagen, en de notaris verzocht om te onderzoeken of in die overeenkomst iets, en zo ja wat, staat vermeld over de aanwezigheid van gevaarlijke en/of verontreinigde stoffen in de gebouwen die in 2010 gesloopt zijn en zijn bevindingen vast te leggen in een schriftelijk rapport, indien en voor zover van toepassing voorzien van een kopie van de delen van de koopovereenkomst waarin de betreffende vermelding(en) is/zijn aangetroffen en voor het overige de koopover-eenkomst geheim te houden ten opzichte van [X] en derden;
- bepaald dat de notaris, na ontvangst van de koopovereenkomst van Fürstenau, bij BImA dient na te gaan of Fürstenau de juiste en volledige bescheiden aan hem heeft verstrekt en dat uit zijn rapport moet blijken dat hieraan is voldaan.
2.2.
Bij brief van 22 december 2017 heeft de notaris de rechtbank onder meer bericht als volgt:

(…)
Partij Fürstenau heeft voldaan aan mijn verzoek om de koopovereenkomst inclusief alle bijlagen tussen haar en verkoper, te weten de Bundesanstalt fur Immobilienaufgaben-Anstalt (BimA), gesloten op 21 april 2008, aan mij ter hand te stellen. Dat alle gevraagde bescheiden aan mij zijn verstrekt is door mij geverifieerd bij dhr. F. Hagemann, Rechtsanwalt und Notar (…). Genoemde heer Hagemann heeft, als redacteur van de koopovereenkomst, bij mij op kantoor op 16 november 2017 de kopie met bijlagen vergeleken met het in zijn bezit zijnde origineel en geconcludeerd dat deze eensluidend zijn.
In de koopovereenkomst zijn enkele algemene bepalingen over aansprakelijkheden opgenomen zoals: (…)
In de koopovereenkomst wordtnietsvermeld over de aanwezigheid van, noch verwezen naar, gevaarlijke/verontreinigde stoffen in de gebouwen die zullen worden gesloopt. (…)
Het is aldus de bedoeling dat de koper alle risico’s overneemt en dat iedere aansprakelijkheid van verkoper in de koopovereenkomst wordt uitgesloten, dit met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 6 lid 2 van de koopovereenkomst, welke bepaling louter ziet op de hoedanigheid van de bodem en niet op die van de gebouwen.
(…)
In het als bijlage I bij voormelde brief overgelegde (beperkte) deel van paragraaf 3 van de koopovereenkomst valt te lezen:

baulichen Anlagen ausgegangen und hat dementsprechende Abbruchkosten kaufpreis-mindernd berücksichtigt. (…)
Die genaue Lage der Gebäude ist in derAnlage 5beigefügten Zeichnung dargestellt, die Höhe der geschätzten Abbruchkosten sind inAnlage 4aufgeführt, diese Aufstellung ist bei der Abrechnung zugrunde zu legen.
2.3.
Volgens Fürstenau bevestigt het oordeel van de notaris haar stelling dat het niet vast stond of de eerder gesloopte gebouwen verontreinigd waren met schadelijke stoffen en dat, als daarvan wel sprake zou zijn geweest, zij daarvan in elk geval geen wetenschap had.
2.4.
[X] heeft opgemerkt dat het niet duidelijk is of alle betrokkenen dezelfde brief van de notaris hebben ontvangen en dat de notaris haar niet de gelegenheid heeft gegeven opmerkingen te maken of verzoeken te doen naar aanleiding van de als conceptrapport aan te merken brief. Voorts lijkt de notaris niet te hebben voldaan aan de opdracht om bij BImA te verifiëren of hij over de juiste en volledige koopovereenkomst beschikt en is ongewis welke rol notaris F. Hagemann bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gehad. Ook wil [X] dat de notaris inzicht geeft in de inhoud van Anlage 4 door die bij zijn rapport te voegen, dan wel door te omschrijven wat in die bijlage is vermeld over de geschatte sloopkosten en de sloopwerkzaamheden. Ten slotte wil [X] dat de notaris de vraag beantwoordt of zijn constatering dat in de koopovereenkomst niets is vermeld over de aanwezigheid van gevaarlijke/verontreinigde stoffen in de te slopen gebouwen ook geldt voor de bijlagen bij die koopovereenkomst.
2.5.
Bij de bespreking van de opmerkingen van [X] over de brief en de werkwijze van de notaris stelt de rechtbank voorop dat hier geen sprake is geweest van de benoeming van een deskundige als bedoeld in artikel 194 en Pro volgende Wetboek van Burgerlijke Rechts-vordering (Rv). De notaris is immers niet ingeschakeld in verband met een deskundigheid aan zijn kant waarover de rechtbank zelf niet beschikt, maar omdat de koopovereenkomst tussen BImA en Fürstenau door een onafhankelijke derde onderzocht moest worden. Om die reden zijn de bepalingen van artikel 194 en Pro volgende Rv ook niet van toepassing verklaard bij de benoeming van de notaris. Gelet hierop kan, anders dan [X] meent, geen sprake zijn van schending van artikel 198 Rv Pro (opmerkingen maken/verzoeken doen). Er is voorts geen aanleiding om te veronderstellen dat de notaris aan [X] een brief met een andere inhoud zou hebben gestuurd dan aan de rechtbank en Fürstenau.
2.6.
De rechtbank acht, met [X] en gezien de aan de notaris verstrekte opdracht, ter afsluiting van dit onderzoek op twee punten een nadere toelichting van de notaris op zijn brief wenselijk. Deze nadere toelichting kan de notaris geven aan de hand van de volgende vragen:
- waarom heeft de notaris niet conform de opdracht bij BImA, maar bij notaris F. Hagemann (via BImA?) geverifieerd of hem de juiste en volledige koopovereenkomst is verstrekt?
- wat was de rol van F. Hagemann bij (de totstandkoming van) de koopovereenkomst?
- moet de rechtbank de vaststelling dat er in de koopovereenkomst niets is vermeld over de aanwezigheid van, noch verwezen wordt naar gevaarlijke/verontreinigde stoffen in de gebouwen die zullen worden gesloopt zo begrijpen dat daarover ook niets staat vermeld in de bijlagen bij de overeenkomst (zoals bijlage 4, waarin kennelijk gesproken wordt van de geschatte sloopkosten)?
Hetgeen [X] voor het overige in haar akte heeft aangevoerd geeft de rechtbank geen aanleiding tot het voorleggen van verdere vragen.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
in de hoofdzaak
3.1.
verzoekt mr. D. ter Braak, verbonden aan notariskantoor Ter Braak Willems, om de hiervoor in rechtsoverweging 2.6. genoemde vragen bij brief te beantwoorden;
3.2.
bepaalt dat de notaris binnen een maand na dit vonnis zijn brief aan beide partijen en aan de rechtbank dient te verstrekken;
3.11.
houdt de zaak aan tot de rolzitting van
30 mei 2018opdat partijen zich alsdan kunnen uitlaten;
3.12.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mrs. K.J. Haarhuis, G.G. Vermeulen en
A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2018. [1]

Voetnoten

1.type: