Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
tussenuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- er is geen inhoudelijk besluit genomen op het verzoek om toekenning van een PGB voor ouderbegeleiding;
- het tarief is, ten onrechte, op grond van nadere regels vastgesteld door verweerder;
- onduidelijk is wat het verschil is tussen het tarief “niet-zorgverlener” en het tarief “informele zorg”.
“Uit artikel 3:2 van Pro de Awb in samenhang met artikel 2.3 van de Jeugdwet volgt dat het bestuursorgaan voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Dit brengt met zich mee dat wanneer een jeugdige of een ouder zich meldt met een vraag voor jeugdhulp het college allereerst moet vaststellen wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder is. Vervolgens zal het college moeten vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. Eerst wanneer de problemen en stoornissen zijn vastgesteld, kan worden bepaald welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken. De vorenbedoelde verschillende stadia van onderzoek vragen op die stadia aangepaste deskundigheid. Het college dient ervoor zorg te dragen dat die deskundigheid gewaarborgd is en dat deze naar discipline van deskundigheid concreet kenbaar is voor de hulpvrager.”
- informatie die is aangeleverd ter zitting 13 september 2017;
- informatie die is aangeleverd voor de indicatiestelling 2017;
- informatie die is verkregen uit de gesprekken met de kinderen ten behoeve van de indicatiestelling 2017;
- informatie die is verkregen uit de gesprekken met de leerkrachten ten behoeve van de
- indicatiestelling 2017;
- informatie die is verkregen uit observaties uitgevoerd door de GGD op 31 oktober 2017, 7 november 2017, 14 november 2017 en 16 november 2017;
- persoonlijke plannen die ingediend zijn door eiser als wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen.