Op 1 augustus 2017 heeft verdachte, een 29-jarige man die onder een lopende TBS-maatregel stond, tijdens een recreatiemoment in de instelling waar hij verbleef kokend water over een sociotherapeut gegooid. Dit gebeurde met voorbedachten rade; verdachte had het plan al op zijn kamer bedacht, kookte het water en gooide het doelbewust over het slachtoffer.
Het slachtoffer liep ernstige brandwonden op, waaronder 2e en 3e graads verbrandingen op het hoofd, hals, borst, buik, rug, armen en benen, met blijvende ontsierende littekens, bewegingsbeperkingen en onbehandelbare pijn. De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van getuigenverklaringen en de bekentenis van verdachte.
Psychologische en psychiatrische rapportages concludeerden dat verdachte leed aan ernstige schizofrenie, een verstandelijke beperking en cannabisstoornis, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het feit. De rechtbank ontsloeg hem daarom van alle rechtsvervolging, maar legde een nieuwe TBS-maatregel met dwangverpleging op vanwege het hoge recidiverisico en het gevaarlijke, onberekenbare gedrag.
De rechtbank benadrukte dat het ernstige geweldsdelict, gepleegd binnen een beveiligde TBS-instelling, een nieuwe maatregel rechtvaardigt om de veiligheid van anderen te waarborgen. De TBS-maatregel wordt opgelegd met bevel tot verpleging van overheidswege, conform de wettelijke vereisten.