Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.De aanleiding
- doodslag;
- poging tot doodslag.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 7 juni 2018 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) van een man die sinds 2008 deze maatregel ondergaat wegens doodslag en poging tot doodslag.
Op basis van adviezen van de reclassering en psychiaters, alsmede een getuige-deskundige, concludeerde de rechtbank dat de terbeschikkinggestelde stabiel functioneert, zijn medicatie trouw inneemt en dat het recidiverisico laag is. De psychiater adviseerde onvoorwaardelijke beëindiging van de tbs onder de voorwaarde dat een rechterlijke machtiging op grond van de Wet Bopz wordt verleend.
De rechtbank stelde vast dat op 23 mei 2018 een voorwaardelijke machtiging was verleend, die voldoende waarborgen biedt voor het voortzetten van medicatiegebruik en het voorkomen van ontregeling. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank verlenging van de tbs niet langer noodzakelijk en wees de vordering van de officier van justitie af.
De beslissing werd genomen in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman, en de betrokken deskundigen. De maatregel eindigt daarmee op 21 mei 2018 zonder verlenging.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de maatregel terbeschikkingstelling af wegens onvoldoende noodzaak.