ECLI:NL:RBOVE:2018:2059
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.O.M. van Aerde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering parkeerketen wegens onvoldoende bewijs bestuurder kentekenhouder
Q-Park vorderde betaling van een parkeertarief en aanvullende kosten van [A], de kentekenhouder van een grijze BMW die de parkeergarage Centrum Maasboulevard te Venlo op 19 oktober 2015 verliet zonder te betalen. Q-Park baseerde haar vordering op camerabeelden van het voertuig met het kenteken van [A].
[A] voerde verweer dat hij op die dag niet in Venlo was en betwistte dat hij een overeenkomst met Q-Park was aangegaan. Hij stelde dat het vermoeden dat de kentekenhouder ook de bestuurder is, niet op feiten is gebaseerd en dat Q-Park haar klachtplicht schond door pas na bijna twee jaar een incassobrief te sturen.
De rechtbank verwierp het beroep op de klachtplicht omdat er geen sprake was van een ondeugdelijke prestatie maar van het geheel niet leveren van een prestatie. Ook werd het beroep op rechtsverwerking afgewezen omdat stilzitten van Q-Park onvoldoende was om rechtsverwerking aan te nemen.
De rechtbank oordeelde dat Q-Park onvoldoende bewijs had geleverd dat [A] de bestuurder was, aangezien camerabeelden geen identiteit van de bestuurder tonen en het vermoeden dat de kentekenhouder de bestuurder is, niet door het recht wordt gedragen. De gemotiveerde betwisting van [A] dat hij elders werkte op die dag, maakte dat de bewijslast bij Q-Park bleef liggen.
Daarom werd het verzet van [A] gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de vordering van Q-Park afgewezen. Q-Park werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Q-Park wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de kentekenhouder ook de bestuurder was.