Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[A] ,
[B],
1.[X] ,
[Y],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair:voor recht te verklaren dat [X] door verjaring eigenaar is geworden van het perceel grond dat op Schets A bij productie 13 bij de dagvaarding over een lengte van
primair:voor recht te verklaren dat het deel van het dak van de woning van [X] voor zover dat oversteekt boven het gangpad tussen de woningen aan de [adres 2] en de [adres 1] te [plaats] gehandhaafd kan blijven op basis van de bestaande erfdienstbaarheid dan wel verjaring;
4.De beoordeling
uitbouw, maar niet voor de
overbouw. Door [X] zijn geen feiten en/of omstandigheden aangedragen waaruit afgeleid kan worden dat [A] toestemming heeft gegeven voor het realiseren van een uitbouw die over het perceel van [A] steekt. Dit betekent dat [X] aan de handtekening van [A] op de bouwtekening niet het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat [A] in de toekomst zijn eigendomsaanspraken niet meer geldend zou maken (door het instellen van een vordering tot verwijdering van het overstekende gedeelte).
5.De beslissing
27 juni 2018voor akte uitlaten aan de zijde van [A] als bedoeld in rechtsoverweging 4.31, waarna [X] in de gelegenheid wordt gesteld om op de rol van
11 juli 2018een antwoordakte te nemen, en bepaalt dat hiervoor geen uitstel zal worden verleend,