Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de eis in reconventie
- de producties 12 tot en met 15 van [A]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [A]
- de pleitnota van [B] .
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
‘veroordeelt [A] om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis eraan mee te werken dat (…) [B] 20% van de aan de maatschap toegekende fosfaatrechten kan benutten (…)’en dat de vorderingen hiertoe zijn te herleiden. Met name zijn partijen het er niet over eens of [B] voor het benutten van die 20% van de fosfaatrechten gebruik moet en mag maken van de percelen zoals beschreven onder I. van het petitum van de dagvaarding, die hij aan [A] in gebruik heeft gegeven (verder: de percelen). [A] is van mening dat hem in het kort gedingvonnis van 20 maart 2018 het exclusieve gebruik van die percelen is toegekend. [B] daarentegen stelt dat hij moet dulden dat ook [A] tegen betaling gebruik maakt van die percelen en dat dit gebruik niet ongelimiteerd is. Volgens [B] volgt uit het vonnis dat ook [A] gebruik mag maken van voornoemde percelen, maar met dien verstande dat het gebruik door [A] ook praktisch mogelijk (en nodig) is én zolang dat gebruik door [A] niet indruist tegen het uitgangspunt dat partijen in ieder geval in staat moeten zijn ieder hun eigen onderneming te exploiteren op de plek waar zij wonen. Daarnaast leggen partijen in 6.1. neergelegde termijn anders uit. [B] leest hierin dat hij ingaande 1 januari 2018 recht heeft op het voorlopige gebruik van 20% van de fosfaatrechten. [A] deelt deze lezing niet en is van mening dat [B] deze aanspraak pas heeft vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis, in dit geval derhalve vanaf
- [A] uit hoofde van pacht het exclusieve gebruiksrecht van de percelen heeft;
- indien de loonwerker uitvoering geeft aan door [B] verstrekte opdrachten om werkzaamheden op de percelen uit te voeren hij onrechtmatig jegens [A] handelt en aansprakelijk is voor de schade die [A] daardoor lijdt;
- [B] niet kredietwaardig is, zodat een door [B] aan de loonwerker te verlenen vrijwaring de facto geen betekenis heeft.
6.De beslissing
- [perceel 1] , groot, 4.45.80 ha (waarvan de 3,74 ha cultuurgrond
- [perceel 2] , groot 1.21.52 ha
- [perceel 3] , groot 2.53.50 ha
- [perceel 4] , groot 1.26.40 ha
- [perceel 5] , groot 1.67.60 ha
- [perceel 6] , groot 2.54.67 ha
- [perceel 7] , groot 1.71.48 ha
- [perceel 1] , groot, 4.45.80 ha
- [perceel 2] , groot 1.21.52 ha
- [perceel 3] , groot 2.53.50 ha
- [perceel 4] , groot 1.26.40 ha
- [perceel 5] , groot 1.67.60 ha
- [perceel 6] , groot 2.54.67 ha
- [perceel 7] , groot 1.71.48 ha