Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
€ 488,- ( vierhonderdachtentachtig EURO)per maand, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een verzoek van de jongmeerderjarige zoon tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage van zijn vader. De zoon, die een MBO-opleiding volgt en PDD-NOS heeft, heeft een behoeftelijst opgesteld met een totale maandelijkse behoefte van €779. De vader betwist enkele posten en stelt een lagere behoefte en draagkracht.
De rechtbank beoordeelt de behoefte van de zoon aan de hand van het behoeftelijstje, waarbij enkele kostenposten zoals woning en verzekeringen niet worden meegenomen omdat de zoon thuiswoont. De noodzaak van een auto is vastgesteld en ook tandartskosten en eigen risico worden geaccepteerd. Na verrekening van de basisbeurs en zorgtoeslag komt de behoefte op €609 per maand.
De draagkracht van de vader wordt vastgesteld op €885 per maand voor beide kinderen. De behoefte van de bij de vader wonende dochter wordt vastgesteld op €495. Gezien de draagkracht kan niet volledig in de behoefte worden voorzien, waarna de bijdrage voor de zoon wordt vastgesteld op €488 per maand.
De ingangsdatum van de bijdrage wordt gesteld op 5 juli 2017, aansluitend bij de datum van het verzoek en de start van de studie. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Vader moet vanaf 5 juli 2017 een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €488 aan zijn jongmeerderjarige zoon betalen.