Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of “doe maar een minuut met hem, alleen met hem en dat is het klaar, doe maar gewoon alleen met hem, ik wil geen seks meer, ik wilde alleen voelen”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
en/of “doe maar een minuut met hem, alleen met hem en dan is het klaar, doe maar gewoon alleen met hem, ik wil geen seks meer, ik wilde alleen voelen”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
verkrachting, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- het Pro Justitia rapport d.d. 4 januari 2018 opgemaakt door drs. D. Breuker, forensisch psycholoog;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 10 januari 2018, opgemaakt door H.D. Bijlenga;
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 1 december 2017.
3 maanden voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van het voorarrest, onder de hiervoor door de Raad genoemde voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod met aangeefster. De rechtbank beoogt hiermee dat verdachte door de jeugdreclassering wordt begeleid na zijn detentie.
8.De schade van benadeelden
- verlies aan verdienvermogen € 2.402,32;
- ziektekosten € 2.100,--.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
trafbaarheid verdachte
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte van
- kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Overijssel te Zwolle (instantiecode AST106) opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] voor een deel van € 9.502,32 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte en/of een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte en/of een mededader aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.
mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2018.