Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal, verweerder.
[derde belanghebbende], te Oldenzaal.
Procesverloop
Gebruik restaurant en terras
Gebruik dierenweide
Bouwwerken
Gebruik restaurant en terras
Gebruik dierenweide
Bouwwerken
Overig
opde gebruikspeildatum 24 augustus 2016 dieren op de 30-meter-strook aanwezig waren. De tijdstippen waarop de foto’s zien, te weten 5 maanden voor en 7 maanden na de peildatum is te ver verwijderd van de peildatum, mede gelet op het feit dat in de periode maart 2016/2017 het terrein ‘op de schop is gegaan’ vanwege bouwwerkzaamheden aan het restaurant en de verdere inrichting van het terrein.
“In de plantoelichting is de dierenweide omschreven als een weide met edelherten, damherten, struisvogels, alpaca’s, fazanten, parelhoenders, bokken en geiten. In de weide wordt een vijver voor eenden, zwanen en ganzen aangelegd. De dierenweide behoort bij en is ondergeschikt aan het (pannenkoeken)restaurant, zo vermeldt de plantoelichting. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de aanduiding "dierenweide" geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die, mede gelet op de omvang van de gronden waaraan die aanduiding is toegekend, in ruimtelijk opzicht verschillen van een kinderboerderij als bedoeld in de VNG-brochure. De vergelijking door de raad van de dierenweide met een kinderboerderij wat betreft het aspect geluidhinder, waarvoor volgens de VNG-brochure een richtafstand van 30 m wordt aanbevolen, acht de Afdeling dan ook niet onjuist.”
“De Afdeling stelt vast dat in rechtsoverweging 13 van de tussenuitspraak reeds is geoordeeld dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de aanduiding "dierenweide" geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die in ruimtelijk opzicht verschillen van een kinderboerderij als bedoeld in de VNG-brochure. Tevens blijkt uit die rechtsoverweging dat de raad niet was gehouden het aantal dieren dat in de dierenweide aanwezig mag zijn, te maximeren. Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen kan de Afdeling niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.”