Verzoekster, een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf, kreeg aanvankelijk een formele waarschuwing opgelegd na een controle waarbij een categorie II-overtreding werd geconstateerd. Later werd dit besluit ingetrokken en werd het procescertificaat voor 30 dagen geschorst. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Normec Certification B.V. als bestuursorgaan handelt bij het opleggen van certificeringsbesluiten. De schorsing van het procescertificaat is een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar en voorlopige voorziening mogelijk zijn.
Verzoekster stelde dat de schorsing haar faillissement zou kunnen veroorzaken door loondoorbetaling en boeteclausules. De voorzieningenrechter achtte dit spoedeisend belang aannemelijk. Tevens concludeerde de rechter dat het bestreden besluit onvoldoende duidelijk, gemotiveerd en zorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer door onduidelijkheid over auditrapportages, ontbrekend beeldmateriaal en onduidelijkheden over meldingen en persoonscertificaten.
Gezien de onduidelijkheden en het feit dat niet alle afwijkingen waarop het besluit is gebaseerd waarschijnlijk stand zullen houden, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.