Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 juli 2018 met producties,
- de mondelinge behandeling van 31 juli 2018,
- de e-mail van de gemachtigde van de man van 8 augustus 2018.
2.De feiten
3.De beoordeling
633,00
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gehuwd geweest en op 27 juli 2016 is hun echtscheiding uitgesproken door de Rechtbank Overijssel. Uit het huwelijk is een minderjarig kind geboren. In de beschikking van 22 augustus 2016 is bepaald dat de woning aan de man wordt toegescheiden, onder de voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening.
Er is een akte van verdeling opgemaakt in verband met de toedeling van de woning, maar de vrouw weigerde deze te ondertekenen. De man vorderde daarom in kort geding dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de totstandkoming van de akte en dat het vonnis in de plaats treedt van haar ondertekening, alsmede veroordeling in de proceskosten.
Tijdens de procedure heeft de vrouw alsnog de akte ondertekend, waardoor de man de hoofdvorderingen introk, maar hij vorderde nog wel een beslissing over de proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw geen geldige reden had voor haar weigering en veroordeelde haar in de proceskosten, waarbij rekening werd gehouden met een toevoeging aan de man. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten wegens weigering de akte van verdeling te ondertekenen.